Cheap Web Hosting | Free Web Hosting | Credit Card Offers | Web Hosting | Free Web Space | Web Hosting | Advertise
Search the Web

Hoofdstuk III. – Bodemverontreiniging tot stand gekomen na de inwerkingtreding van het decreet

Afdeling 1. - Algemene principes

Artikel 7.

§ 1.De Vlaamse regering stelt bodemsaneringsnormen op. Deze beantwoorden aan een niveau van bodemverontreiniging bij overschrijding waarvan ernstige nadelige effecten kunnen optreden voor de mens of het milieu, gelet op de kenmerken van de bodem en de functies die deze vervult.

§ 2.Er wordt tot bodemsanering overgegaan indien de bodemverontreiniging de bodemsaneringsnormen overschrijdt.

§ 3.Indien OVAM van oordeel is dat er ernstige aanwijzingen zijn dat de bodemverontreiniging de
bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, wordt een beschrijvend bodemonderzoek uitgevoerd.

§ 4.Indien het beschrijvend bodemonderzoek aantoont dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn, wordt een bodemsaneringsproject opgesteld en worden bodemsaneringswerken uitgevoerd.

§ 5.Zolang er geen bodemsaneringsnormen vastgesteld zijn, wordt tot bodemsanering overgegaan indien bodemverontreiniging een ernstige bedreiging vormt. De bepalingen van § 3 en § 4 vinden overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 8.

§ 1.Bodemsanering is erop gericht de achtergrondwaarden voor de bodemkwaliteit te realiseren. Deze waarden worden door de Vlaamse regering vastgesteld en beantwoorden aan het gehalte aan verontreinigde stoffen of organismen op of in de bodem, dat als normale achtergrond in niet-verontreinigde bodems met vergelijkbare bodemkenmerken teruggevonden wordt.

§ 2.Indien het wegens de kenmerken van de bodemverontreiniging of van de verontreinigde gronden niet mogelijk is de achtergrondwaarden voor de bodemkwaliteit te realiseren door maatregelen die overeenstemmen met de stand van de techniek en die geen onredelijk hoge kosten meebrengen, wordt de bodemsanering er minstens op gericht een betere bodemkwaliteit te verwezenlijken dan bepaald door de toepasselijke bodemsaneringsnormen of, als ook dat niet mogelijk is, te vermijden dat de bodemkwaliteit een ernstige bedreiging vormt.

§ 3.Indien het niet mogelijk is de door § 1 of § 2 voorgeschreven bodemkwaliteit te verwezenlijken door maatregelen die overeenstemmen met de stand van de techniek en die geen onredelijk hoge kosten meebrengen, dan worden zonodig gebruiksbeperkingen of andere voorzorgsmaatregelen opgelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel 5.

§ 4.Zolang de Vlaamse regering geen achtergrondwaarden voor de bodemkwaliteit heeft vastgelegd, wordt de bodemsanering erop gericht een bodemkwaliteit te verwezenlijken waarbij er geen ernstige nadelige effecten te verwachten zijn voor mens en milieu, gelet op de kenmerken van de bodem en de functies die deze vervult. De bepalingen van § 3 vinden overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 9.

Indien de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard om technische redenen niet kan getoetst worden aan de bodemsaneringsnormen bedoeld in artikel 7, § 1, van dit decreet, dan wordt ze behandeld onder toezicht van OVAM door maatregelen die beantwoorden aan de stand van de techniek en die geen onredelijk hoge kosten meebrengen.

 

Afdeling 2. - Verplichting tot uitvoeren van de bodemsanering en van de andere maatregelen ter behandeling van de bodemverontreiniging

Artikel 10.

§ 1.De verplichting om in de gevallen bedoeld in artikel 7, § 2 en artikel 7, § 5 op eigen kosten tot bodemsanering over te gaan rust op de volgende personen:

a) indien op de grond waar de verontreiniging tot stand kwam een inrichting gevestigd is of een activiteit uitgeoefend wordt die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, op de exploitant zoals bedoeld in dat decreet;

b) in de andere gevallen, op de eigenaar van de grond waar de verontreiniging tot stand kwam, zolang deze niet heeft aangetoond dat een andere persoon voor eigen rekening de feitelijke controle over deze grond heeft. Levert de eigenaar dit bewijs, dan rust de verplichting op deze andere persoon.

§ 2.De persoon aangewezen overeenkomstig de vorige paragraaf is niet verplicht tot bodemsanering over te gaan indien hij het bewijs levert dat hij aan alle hieronder bepaalde voorwaarden cumulatief voldoet:

1° dat hij de bodemverontreiniging niet zelf heeft veroorzaakt;

2° dat hij op het ogenblik waarop hij aan de voorwaarden gesteld in § 1 voldeed, niet op de hoogte was of behoorde te zijn van de verontreiniging;

3° dat er sinds 1 januari 1993 geen inrichting of activiteit opgenomen in de Iijst bedoeld in artikel 3, § 1 op de grond gevestigd was of uitgevoerd werd. De bodemsanering of de andere maatregelen worden in dit geval ambtshalve uitgevoerd door OVAM, onverminderd de toepassing van artikel 11.

§ 3.Wie de exploitatie van de op de grond gevestigde inrichting of activiteit bedoeld in § 1, a) overnam of de eigendom of de feitelijke controle over de grond als bedoeld in § 1. b) verwierf van een verbonden onderneming die op de hoogte was of behoorde te zijn van de verontreiniging, wordt geacht op de hoogte geweest te zijn van de verontreiniging.

 

Artikel 11.

Wie overeenkomstig artikel 10 kosten maakt, kan deze verhalen op de persoon die overeenkomstig artikel 25 aansprakelijk is. Onverminderd de saneringsplicht kan de saneringsplichtige van deze persoon een voorschot vorderen, of eisen dat hij een financiėle zekerheid stelt.

 

Afdeling 3. - Verloop van de bodemsanering

Onderafdeling 1. - Beschrijvend bodemonderzoek

Artikel 12.

§ 1.Een beschrijvend bodemonderzoek wordt ingesteld om de ernst van bodemverontreiniging vast te stellen. Het beoogt een beschrijving te geven van de aard, hoeveelheid, concentratie en oorsprong van de verontreinigende stoffen of organismen, de mogelijkheid op verspreiding ervan en het gevaar op blootstelling eraan van mensen, planten en dieren en van het grond- en oppervlaktewater, evenals een prognose van de spontane evolutie van de verontreinigde bodem naar de toekomst toe.

§ 2.Een verslag van elk uitgevoerd beschrijvend bodemonderzoek wordt aan OVAM bezorgd binnen dertig dagen na het afsluiten ervan.

 

Artikel 13.

§ 1.Voor men een beschrijvend bodemonderzoek uitvoert, wordt onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige een voorstel van onderzoek opgesteld.

§ 2.Het voorstel van beschrijvend bodemonderzoek moet de volgende gegevens bevatten:

- een beschrijving van de reeds vastgestelde verontreiniging en van haar reeds vastgestelde gevolgen, voorzover ze beschikbaar zijn;

- een beschrijving van het geplande geologisch en hydrogeologisch onderzoek;

- een beschrijving van het geplande historisch onderzoek naar de oorsprong van de verontreiniging;

- de aanwijzing van de plaatsen en de diepten waar monsters zullen worden genomen en van de laboratoria waar en de methoden volgens dewelke de monsters zullen worden geanalyseerd;

- de beschrijving van de maatregelen die zullen genomen worden om de veiligheid te garanderen tijdens de uitvoering van het onderzoek;

- een voorstel van data voor tussentijdse rapportering aan OVAM over de vorderingen van het onderzoek.

§ 3.Het voorstel van beschrijvend bodemonderzoek wordt aan OVAM betekend bij ter post aangetekend schrijven tegen ontvangstbewijs of tegen ontvangstbewijs afgegeven op de zetel van OVAM.

§ 4.Binnen dertig dagen na ontvangst spreekt OVAM zich uit over de conformiteit ervan met de bepalingen van dit decreet. De termijn van dertig dagen gaat in op de dag van de datum van het ontvangstbewijs. De termijn verstrijkt om middernacht van de Iaatste dag.

§ 5.OVAM kent een conformiteitsattest toe of Iegt aanvullingen of wijzigingen van het voorstel op. Indien OVAM zich niet binnen dertig dagen heeft uitgesproken, wordt het voorstel geacht conform te zijn met de bepalingen van dit decreet. Indien OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, wordt het aangepaste of gewijzigde voorstel opnieuw aan
OVAM overgelegd, binnen een door OVAM bepaalde redelijke termijn, op dezelfde wijze als bepaald in § 4. Binnen dertig dagen na ontvangst spreekt OVAM zich uit over de conformiteit van het aangepaste of gewijzigde voorstel. Indien OVAM zich niet binnen dertig dagen heeft uitgesproken, wordt het aangepaste of gewijzigde voorstel geacht conform te zijn met de bepalingen van dit decreet.

 

Artikel 14.

§ 1.Het voorstel van beschrijvend bodemonderzoek dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 13, wordt uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.

§ 2.Overeenkomstig het voorstel worden tussentijdse verslagen over de vorderingen van het onderzoek aan OVAM bezorgd. Binnen veertien dagen na ontvangst van elk tussentijds verslag, berekend zoals bepaald in artikel 13, § 4, kan OVAM op basis van de tot dan toe gemaakte bevindingen bij gemotiveerde beslissing een aanvulling of aanpassing van het onderzoek opleggen.

§ 3.Binnen zestig dagen na de ontvangst van het eindverslag over het beschrijvend bodemonderzoek, berekend zoals bepaald in artikel 13, § 4, spreekt OVAM zich op gemotiveerde wijze uit over de conformiteit van het onderzoek met de bepalingen van dit decreet. OVAM kent een conformiteitsattest toe of legt aanvullende onderzoeksverrichtingen op en bepaalt de redelijke termijn waarbinnen ze moeten worden uitgevoerd. Indien OVAM zich niet binnen zestig dagen heeft uitgesproken, wordt het onderzoek geacht conform te zijn met de bepalingen van dit decreet. OVAM kan de termijn bepalen waarbinnen een bodemsaneringsproject moet worden opgesteld.

 

Onderafdeling 2. - Bodemsaneringsproject

Artikel 15.

§ 1.Een bodemsaneringsproject stelt de wijze vast waarop een bodemsanering wordt uitgevoerd.

§ 2.Het wordt opgesteld en uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.

 

Artikel 16.

§ 1.Een bodemsaneringsproject bevat minstens de volgende gegevens:

- de resultaten van het beschrijvend bodemonderzoek;

- de verschillende relevante technische mogelijkheden om de bodemverontreiniging te behandelen;

- een raming van hun kostprijs;

- een aanduiding van hun impact op het Ieefmilieu en van de resultaten waartoe zij zullen leiden, rekening houdend met de bepalingen van artikel 7 en artikel 8 en met de eventuele beperkingen die zij zullen meebrengen bij het toekomstig gebruik van de verontreinigde gronden;

- de maatregelen die de opsteller van het project voorstelt te nemen overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 en artikel 8;

- de termijnen waarbinnen die maatregelen zullen worden genomen;

- de identificatie van de gronden waar werken zullen plaatsvinden die nodig zijn om de bodemsanering uit te voeren, met vermelding van de identiteit van hun eigenaar en gebruiker;

- de nabestemming die aan de verontreinigde gronden kan worden gegeven na uitvoering van de bodemsanering en de overeenstemming hiervan met de bindende stedebouwkundige voorschriften;

- de beperkingen die na de uitvoering van de bodemsanering zullen gelden voor het gebruik van de verontreinigde gronden en de overeenstemming van de mogelijke nabestemming met de plannen van aanleg;

- de wijze waarop de tijdelijk of definitief weggenomen verontreinigde stoffen of delen van de bodem of opstallen zullen worden behandeld of verwerkt;

- de beschrijving van de maatregelen die zullen worden genomen om zowel de milieuveiligheid als de arbeidsveiligheid te verzekeren bij de uitvoering van de bodemsaneringswerken;

- de maatregelen tot controle en bewaking van de verontreinigde gronden die zullen genomen worden na de uitvoering van de bodemsanering en de termijn gedurende dewelke deze maatregelen van kracht zijn;

- een niet-technische samenvatting van de bovenvermelde gegevens;

- de weerslag van de uitvoering van de bodemsaneringswerken op de belendende percelen.

§ 2.Indien de uitvoering van de bodemsaneringswerken het exploiteren of veranderen impliceert van een inrichting waarvoor een milieueffectrapport of een veiligheidsrapport vereist is, dan moet de inhoud van het bodemsaneringsproject aangevuld worden met de gegevens bedoeld in artikel 7 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning.

§ 3.Het bodemsaneringsproject wordt aan OVAM betekend bij ter post aangetekend schrijven tegen ontvangstbewijs of tegen ontvangstbewijs afgegeven op de zetel van OVAM.

§ 3bis.Indien het ingediende bodemsaneringsproject niet beantwoordt aan de vereisten van artikel 15 of van artikel 16, §§ 1 tot 3, deelt OVAM binnen veertien dagen na ontvangst en bij aangetekend schrijven aan de indiener de niet-ontvankelijkheid of de onvolledigheid van het bodemsaneringsproject mee. In dat geval worden de bestuurshandelingen voorgeschreven door artikel 16, § 4 en volgende, en artikel 17 gestuit tot op het ogenblik waarop de indiener een ontvankelijk en volledig bodemsaneringsproject heeft ingediend.

§ 4. De eigenaars en gebruikers van de te saneren gronden en andere dan de te saneren gronden, waarop werken zullen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om de bodemsanering uit te voeren, worden door OVAM, binnen veertien dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject, op de hoogte gebracht van het indienen ervan en van hun mogelijkheid om bij de diensten van het gemeentebestuur of op de zetel van OVAM kennis te nemen van het project en om hun eventuele bezwaren of opmerkingen per aangetekend schrijven aan OVAM mee te delen binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de datum waarop zij op de hoogte werden gebracht van het indienen van het project.

§ 5. Indien het bodemsaneringsproject activiteiten of inrichtingen omvat die krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning vergunningsplichtig zijn, dan legt OVAM het bodemsaneringsproject, binnen veertien dagen na ontvangst, voor advies voor aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de percelen gelegen zijn waarop de bodemsaneringswerken zullen worden uitgevoerd en aan de andere overheidsorganen die krachtens artikel 12, § 1, van voormeld decreet aangeduid zijn om advies uit te brengen over een milieuvergunningsaanvraag voor deze activiteiten of inrichtingen, met uitzondering van OVAM. Binnen vijf dagen na ontvangst maakt de burgemeester het bodemsaneringsproject bekend door aanplakking van een bericht op de plaats waar de bodemsaneringswerken gepland zijn en Iegt het gedurende dertig dagen ter inzage bij de diensten van het gemeentebestuur. Tijdens deze periode van bekendmaking kan eenieder schriftelijk bezwaren en opmerkingen richten aan het college van burgemeester en schepenen. Na afloop van deze periode, en ten laatste vijftig dagen na ontvangst van het project, deelt het college zijn advies mee aan OVAM. Bij gebrek van advies binnen deze termijn kan de procedure worden voortgezet. De andere overheidsorganen bedoeld in het eerste lid brengen eveneens advies uit aan OVAM binnen een termijn van vijftig dagen na ontvangst van het project. Bij gebrek van advies binnen deze termijn kan de procedure worden voorgezet.

§ 6.Indien het bodemsaneringsproject werken omvat die krachtens artikel 42 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 vergunningsplichtig zijn, dan legt OVAM het bodemsaneringsproject, binnen veertien dagen na ontvangst, voor advies voor aan de gemachtigde ambtenaar bedoeld in artikel 45, § 1 van voormelde wet. Deze brengt advies uit aan OVAM binnen een termijn van vijftig dagen na ontvangst van het project. Bij gebrek van advies binnen deze termijn kan de procedure worden voortgezet.

§ 7.Indien het bodemsaneringsproject activiteiten omvat die krachtens het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, gewijzigd bij decreet van 12 december 1990, vergunningsplichtig zijn, dan legt OVAM het bodemsaneringsproject, binnen veertien dagen na ontvangst, voor advies voor aan de bevoegde overheden en aan de andere overheidsorganen die aangeduid zijn om hun advies uit te brengen. Deze brengen hun advies uit aan OVAM binnen een termijn van vijftig dagen na ontvangst van het project. Bij gebrek van advies binnen deze termijn kan de procedure worden voortgezet.

 

Artikel 17.

§ 1.Na ontvangst van de in artikel 16, § 4 en § 5 bedoelde adviezen, opmerkingen en bezwaren of na het verstrijken van de in dezelfde bepalingen gestelde termijnen, en uiterlijk negentig dagen na ontvangst van het bodemsaneringsproject, spreekt OVAM zich uit over de conformiteit ervan met de bepalingen van dit decreet. De termijn van negentig dagen gaat in op de dag van de datum van het ontvangstbewijs. De termijn verstrijkt om middernacht van de laatste dag.

§ 2.OVAM kent een conformiteitsattest toe of formuleert voorstellen tot wijziging of aanvulling. Indien OVAM aanvullingen of wijzigingen oplegt, wordt het aangepaste of gewijzigde bodemsaneringsproject opnieuw aan OVAM overgelegd, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 16, § 3. Indien OVAM haar standpunt niet binnen negentig dagen heeft meegedeeld, wordt het bodemsaneringsproject geacht conform te zijn met de bepalingen van dit decreet.

§ 3.OVAM brengt het conformiteitsattest of de stilzwijgende conformverklaring van het bodemsanerings-project per aangetekend schrijven ter kennis van:

  1. de persoon die krachtens artikel 10, § 1, van dit decreet tot bodemsanering verplicht is;
  2. de eigenaars en gebruikers van de in artikel 16, § 4, bedoelde gronden;
  3. het college van burgemeester en schepenen van de gemeente bedoeld in artikel 16, § 5;
  4. de andere overheidsorganen die krachtens artikel 16, §§ 5, 6 of 7 advies hebben uitgebracht.

Op bevel van de burgemeester wordt het conformiteitsattest of de kennisgeving van de stilzwijgende conformverklaring, binnen vijf dagen na ontvangst, bekendgemaakt door aanplakking van een bericht op de plaats waar de bodemsaneringswerken gepland zijn en gedurende dertig dagen ter inzage gelegd bij de diensten van het gemeentebestuur.

 

Artikel 18.

§ 1.De personen en organen bedoeld in artikel 17, § 3 en, in het geval bedoeld in artikel 16, § 5, de personen bedoeld in artikel 24, §1, 5° van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, kunnen binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving bedoeld in artikel 17, § 3, respectievelijk na afloop van de termijn van de bekendmaking krachtens het tweede lid van dezelfde bepaling, tegen de conformverklaring bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs beroep aantekenen bij de Vlaamse regering. Het beroep is schorsend wanneer het wordt ingediend door het college van burgemeester en schepenen of de andere overheidsorganen bedoeld in artikel 17, § 3, eerste lid, 5°. Het beroep is niet schorsend in de andere gevallen.

§ 2.De Vlaamse regering doet uitspraak binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het beroep. De Vlaamse regering betekent haar beslissing binnen een termijn van tien dagen aan de beroepsindiener, aan OVAM en aan de andere personen en organen vermeld in artikel 17, § 3. Bij ontstentenis van uitspraak of betekening binnen de hierboven bepaalde termijnen, wordt de conformverklaring geacht bekrachtigd te zijn.

 

Onderafdeling 3. - Bodemsaneringswerken

Artikel 19.

§ 1.Bodemsaneringswerken worden uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.

§ 2.Indien de bodemsaneringswerken activiteiten of inrichtingen omvatten die krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning meldings- of vergunningsplichtig zijn, dan geldt het conformiteitsattest bedoeld in artikel 17, § 2 hierboven, respectievelijk de stilzwijgende conformverklaring van het bodemsaneringsproject, als milieuvergunning, respectievelijk melding, in de zin van artikel 4 van voormeld decreet.

§ 3.ln afwijking van artikel 42 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 geldt, in het geval bedoeld in artikel 16, § 6 hierboven, het conformiteitsattest bedoeld in artikel 17, § 2 hierboven, respectievelijk de stilzwijgende conformverklaring van het bodemsaneringsproject, ook als bouwvergunning.

§ 4.Indien de bodemsaneringswerken activiteiten omvatten die krachtens het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, meldings- of vergunningsplichtig zijn, dan geldt het conformiteitsattest, bedoeld in artikel 17, § 2, van dit decreet, respectievelijk de stilzwijgende conformiteitsverklaring van het bodemsaneringsproject in voorkomend geval als melding, respectievelijk als vergunning voor de winning van grondwater in de zin van artikel 3 en volgende van het decreet van 24 januari 1984.

 

Artikel 20

§ 1.ln het conformiteitsattest bepaalt OVAM de voorwaarden waaronder de bodemsaneringswerken kunnen worden uitgevoerd. Deze voorwaarden beogen de bescherming van mens en milieu en de verwezenlijking van een goede plaatselijke aanleg.

§ 2.lndien nodig worden in het conformiteitsattest de maatregelen van bewaking en controle bepaald die nog moeten worden genomen na de uitvoering van de bodemsanering. Maatregelen van bewaking en controle gedurende een periode van minstens tien jaar worden opgelegd, indien het gaat om de sanering van een stortplaats of een voormalige stortplaats.

 

Afdeling 4. - Toezicht

Artikel 21.

§ 1.Onverminderd de bevoegdheid van de andere toezichthoudende ambtenaren aangewezen krachtens andere wetten en decreten, oefenen de daartoe door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren van OVAM toezicht uit op de uitvoering van de bodemsanering en op de naleving van de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten in het algemeen.

§ 2.De in § 1 bedoelde ambtenaren mogen bij de uitoefening van hun opdracht:

  1. elk onderzoek, elke controle en enquźte instellen, alsook alle inlichtingen inwinnen die zij nodig achten om zich ervan te vergewissen dat het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden nageleefd;
  2. in de uitoefening van hun ambt de bijstand van de gemeentepolitie en van de rijkswacht vorderen;
  3. op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande waarschuwing, vrij alle gronden betreden waar indicaties zijn dat bodemverontreiniging aanwezig is of waar een bodemsanering wordt uitgevoerd; tot de delen of aanhorigheden van woongelegenheden hebben zij slechts toegang tussen vijf uur ‘s morgens en negen uur ‘s avonds en mits voorafgaande schriftelijke machtiging van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg;
  4. in geval van overtredingen processen-verbaal opstellen die bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is.

Op straffe van nietigheid moet een afschrift van het proces-verbaal ter kennis van de overtreder gebracht worden binnen veertien dagen na de vaststelling van de overtreding.

§ 3.Na de uitvoering van de bodemsaneringswerken wordt een eindevaluatieonderzoek door een erkend bodemsaneringsdeskundige uitgevoerd waarin de resultaten van de bodemsaneringswerken worden vastgesteld. Op basis van de resultaten van dat eindevaluatieonderzoek levert OVAM aan de eigenaar en gebruiker van de gronden waarop bodemsaneringswerken zijn uitgevoerd en, voor zover dat niet de eigenaar of gebruiker is, aan de personen op wiens initiatief de bodemsaneringswerken zijn uitgevoerd, een verklaring af waarin de resultaten van de bodemsaneringswerken vastgesteld worden. In deze verklaring wordt verwezen naar de doelstellingen, bepaald in artikelen 7 en 8 van dit decreet. Indien krachtens artikel 5 gebruiksbeperkingen werden opgelegd en/of er nog maatregelen van bewaking en controle dienen te worden genomen, wordt hiervan in de verklaring melding gemaakt.

 

Afdeling 5. - Dwangmaatregelen

Artikel 22.

§ 1.OVAM is bevoegd om de eigenaars en de gebruikers van gronden waar een oriėnterend of beschrijvend bodemonderzoek of bodemsaneringswerken of andere maatregelen voorzien in dit decreet moeten worden uitgevoerd, het bevel te geven om de door OVAM aangewezen personen op deze gronden toe te laten zodat ze ter plaatse de nodige verrichtingen kunnen doen. Bij de uitvoering van hun opdracht kunnen de ambtenaren van OVAM de bijstand van de gemeentepolitie en de rijkswacht vorderen.

§ 2.Meer bepaald kan OVAM het bevel geven de door haar aangewezen personen toe te laten, om een oriėnterend of beschrijvend bodemonderzoek of bodemsaneringswerken of andere maatregelen voorzien in dit decreet uit te voeren of om over te gaan tot het nemen van monsters of tot het wegnemen of behandelen van verontreinigende stoffen, van een deel van de bodem of van gebouwen.

§ 3.Wanneer dit nuttig is voor het oriėnterend of het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsaneringswerken of andere maatregelen voorzien in dit decreet, kunnen de door OVAM aangewezen ambtenaren, en de bodemsaneringsdeskundigen of de personen die onder hun leiding of toezicht staan, delen of aanhorigheden van woongelegenheden betrekken mits voorafgaande schriftelijke machtiging door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.

§ 4.De eigenaar en gebruiker van de in § 1 bedoelde gronden worden door de persoon die de bodemsaneringswerken uitvoert ten minste zestig dagen vooraf per aangetekende brief tegen ontvangstbewijs in kennis gesteld van de uitvoering van de bodemsaneringswerken. De brief vermeldt in het kort de doelstelling van de bodemsaneringswerken.

§ 5.Ten minste acht dagen voor de uitvoering van de bodemsaneringswerken maakt een beėdigd landmeter, op verzoek van de persoon, die de werken zal uitvoeren, een plaatsbeschrijving op van de plaats waar de werken zullen worden uitgevoerd. De eigenaar en de gebruiker worden acht dagen vooraf per aangetekende brief tegen ontvangstbewijs uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn. Zij kunnen alle opmerkingen of bevindingen in het proces-verbaal van plaatsbeschrijving laten opnemen.

 

Artikel 23.

§ 1.Behalve in gevallen waarvoor de beroepsprocedure geregeld is in artikel 18 van dit decreet, kunnen alle belanghebbenden tegen de beslissingen van OVAM in verband met het opstellen van een bodemsaneringsproject en in verband met de uitvoering van een beschrijvend bodemonderzoek en van bodemsaneringswerken, beroep aantekenen bij de Vlaamse regering. Dit beroep is niet schorsend.

§ 2.Het beroep dient aan de Vlaamse regering te worden betekend of afgegeven tegen ontvangstbewijs, binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de betekening van de beslissing van OVAM.

§ 3.De Vlaamse regering werkt nadere bepalingen uit met betrekking tot de procedure voor de behandeling van het beroep.

 

Afdeling 6. - Onteigening

Artikel 24.

Onverminderd haar andere bevoegdheden in verband met onteigeningen, kan de Vlaamse regering, voor de uitvoering van bodemsaneringswerken, op verzoek van de persoon die krachtens dit decreet tot bodem-sanering verplicht is of van OVAM, overgaan tot de onteigening ten algemene nutte van onroerende goederen.

De onteigening gebeurt op naam en voor rekening van de aanvrager.

 

Afdeling 7. - Aansprakelijkheid en financiėIe zekerheden

Artikel 25.

§ 1.Wie door een emissie bodemverontreiniging heeft veroorzaakt, is aansprakelijk voor de kosten die overeenkomstig dit decreet gemaakt worden voor het oriėnterend bodemonderzoek, het beschrijvend bodemonderzoek, de bodemsanering of de andere maatregelen, evenals voor de schade die door deze activiteiten of maatregelen alsook door gebruiksbeperkingen of voorzorgsmaatregelen opgelegd krachtens artikel 5 van dit decreet veroorzaakt wordt.

§ 2.Indien de emissie waardoor de bodemverontreiniging werd veroorzaakt, afkomstig is van een inrichting of het gevolg is van een activiteit die vergunnings- of meldingsplichtig is krachtens het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, is evenwel de exploitant van deze inrichting of activiteit zoals bedoeld in dat decreet aansprakelijk.

 

Artikel 26.

De aansprakelijkheid voor schade als bedoeld in artikel 25 die de persoon, die voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 10, § 2, kan oplopen op basis van voor dit decreet van toepassing zijnde regels die aansprakelijkheid vestigen op de loutere eigendom of de loutere bewaking van de grond wordt beperkt tot het bedrag van de kosten nodig om te voorkomen dat de bodemverontreiniging zich verder verspreidt of een onmiddellijk gevaar vormt.

 

Artikel 27.

§ 1.Wanneer meerdere personen op grond van de bepalingen van dit decreet aansprakelijk zijn voor eenzelfde bodemverontreiniging, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.

§ 2.In dit geval heeft diegene die de schadelijder heeft vergoed, een regres tegen de andere aansprakelijken, in de mate waarin de verschillende emissies waarvoor zij aansprakelijk zijn, hebben bijgedragen tot het veroorzaken van de bodemverontreiniging.

§ 3.De bepalingen van dit decreet doen geen afbreuk aan de mogelijkheden voor de aansprakelijke om op een andere rechtsgrond regres uit te oefenen.

 

Artikel 28.

De bepalingen van dit decreet doen geen afbreuk aan de andere rechten, die de personen, die kosten maakten of schade leden als bedoeld in artikel 25, hebben tegen de veroorzaker of tegen andere personen.

 

Artikel 29.

Wie overgaat tot bodemsanering of tot andere maatregelen ter behandeling van bodemverontreiniging, stelt op verzoek van OVAM financiėle zekerheden tot waarborg van zijn verbintenissen overeenkomstig de artikelen 10 en 25.

De Vlaamse regering bepaalt de manier waarop deze financiėIe zekerheden moeten worden gesteld.

 

www.2747.com