|
|||||||
|
|
|
|||||
|
|
|||||||
Afdeling 1 - Bepalingen van toepassing op alle overdrachten
Artikel 36.
§ 1.Voor het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van grond, moet de overdrager bij OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver. Dat attest wordt afgeleverd uiterlijk een maand na de ontvankelijke aanvraag. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een grond waarop een inrichting gevestigd is of was of een activiteit wordt of werd uitgevoerd die opgenomen is in de lijst bedoeld in artikel 3, § 1, wordt het attest afgeleverd uiterlijk twee maanden na de ontvankelijke aanvraag.
§ 2.De onderhandse akte waarin de overdracht van gronden wordt vastgelegd, bevat de inhoud van het bodemattest.
§ 3.In alle akten betreffende de overdracht van gronden, neemt de instrumenterende ambtenaar de verklaring van de overdrager op dat de verwerver voor het sluiten van de overeenkomst op de hoogte is gebracht van de inhoud van het bodemattest. De instrumenterende ambtenaar neemt tevens de inhoud van het bodemattest in de akte op.
§ 4.De verwerver van de grond of OVAM kan de nietigheid van de overdracht die plaatsvond in strijd met de bepalingen van dit artikel vorderen. De nietigheid kan niet meer worden ingeroepen indien voor het verlijden van de authentieke akte met betrekking tot de overdracht, de verwerver in het bezit is gesteld van het meest recent afgeleverde bodemattest of van een bodemattest waarvan de inhoud identiek is aan de inhoud van het meest recent afgeleverde bodemattest en hij zijn verzaking aan de nietigheidsvordering uitdrukkelijk in de authentieke akte laat vaststellen.
Afdeling 2. - Bepalingen van toepassing op gronden waar een inrichting gevestigd is of was of een activiteit wordt of werd uitgevoerd die opgenomen is op de Iijst bedoeld in artikel 3, § I
Artikel 37.
§ 1.Gronden waarop een inrichting gevestigd is of was of een activiteit wordt of werd uitgevoerd die opgenomen is in de lijst bedoeld in artikel 3, § 1, kunnen slechts overgedragen worden als er vooraf een oriėnterend bodemonderzoek heeft plaatsgehad, behalve in het geval bedoeld in artikel 3, § 2, 1°, tweede lid.
§ 2.Het oriėnterend bodemonderzoek wordt op initiatief en kosten van de overdrager uitgevoerd onder leiding van een bodemsaneringsdeskundige.
§ 3.De overdrager meldt aan OVAM zijn bedoeling om tot de overdracht over te gaan. Hij voegt bij de melding een verslag van het oriėnterend bodemonderzoek. De Vlaamse regering kan nadere regels vastleggen omtrent de modaliteiten van deze melding.
§ 4.Elke gemeente legt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit decreet een inventaris aan van de gronden gelegen op haar grondgebied waarvan blijkt dat er voor de toepassing van dit decreet een inrichting gevestigd is of was of een activiteit uitgevoerd wordt of werd die opgenomen is in de lijst van artikel 3, § 1, van dit decreet. Op eerste verzoek verstrekt de Bestendige Deputatie van de provincie aan de gemeenten die gegevens die hen moeten toelaten de inventaris op te stellen.
§ 5.Indien de gemeente een grond opneemt in de gemeentelijke inventaris, bezorgt ze onverwijld aan de eigenaar, de gebruiker en OVAM een uittreksel betreffende de in de inventaris opgenomen gegevens. De gemeente legt de inventaris ter inzage van de belangstellenden. Wijzigingen van de gegevens opgenomen in de inventaris worden eveneens medegedeeld aan de eigenaar, de gebruiker en OVAM. Op eenvoudig verzoek levert de gemeente een uittreksel af betreffende de gegevens van de in de inventaris opgenomen gronden. Dit uittreksel zal worden afgeleverd uiterlijk binnen de maand na de aanvraag.
§ 6.De Vlaamse regering stelt nadere regelen vast met betrekking tot de inrichting, de werking en de regeling van de toegankelijkheid van de gemeentelijke inventaris.
Artikel 38.
§ 1.Indien OVAM op grond van een oriėnterend bodemonderzoek of van het register van de verontreinigde gronden van oordeel is dat er ernstige aanwijzingen zijn dat een grond als bedoeld in artikel 37, § 1 is aangetast door bodemverontreiniging die is tot stand gekomen na de inwerkingtreding van dit decreet en die de bodemsaneringsnormen overschrijdt of dreigt te overschrijden, maant OVAM binnen zestig dagen na de melding van de overdracht de overdrager aan om een beschrijvend bodemonderzoek uit te voeren. Indien OVAM deze aanmaning niet binnen zestig dagen na de melding heeft gegeven, kan de overdracht plaatsvinden, onverminderd de mogelijkheid om de andere bepalingen van dit decreet later toe te passen.
§ 2.lndien uit het beschrijvend bodemonderzoek of uit het register der verontreinigde gronden blijkt dat de bodemsaneringsnormen overschreden zijn, kan de overdracht niet plaatsvinden voor de overdrager:
a) een bodemsaneringsproject heeft opgesteld dat ontvankelijk en volledig is;
b) jegens OVAM de verbintenis heeft aangegaan de bodemsaneringswerken uit te voeren; en
c) financiėle zekerheden heeft gesteld overeenkomstig artikel 29. Zolang er geen bodemsaneringsnormen vastgesteld zijn, zijn de bepalingen van de vorige paragrafen van overeenkomstige toepassing indien de bodemverontreiniging een ernstige bedreiging vormt.
§ 3.De overdrager is niet verplicht om op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek in te gaan, indien hij aantoont dat hij conform de bepalingen van artikel 10 niet verplicht is om tot bodemsanering over te gaan. De overdrager deelt per aangetekend schrijven zijn gemotiveerd standpunt hieromtrent, op straffe van verval, binnen 30 dagen na ontvangst van de aanmaning aan OVAM mee. Indien de OVAM binnen zestig dagen na ontvangst van het standpunt haar beslissing, dat de overdrager niet aantoont dat hij conform de bepalingen van artikel 10 niet verplicht is om tot bodemsanering over te gaan, aan de overdrager heeft meegedeeld, dan kan de overdracht niet plaatsvinden. Indien OVAM binnen de zestig dagen na ontvangst van het standpunt aan de overdrager:
a) geen beslissing heeft meegedeeld of;
b) de beslissing heeft meegedeeld dat de overdrager aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, dan kan de overdracht plaatsvinden.
§ 4.ln de akte houdende overdracht van de gronden vermeldt de instrumenterende ambtenaar of de bepalingen van dit artikel werden toegepast.
Artikel 39.
§ 1.Indien OVAM op grond van het oriėnterend bodemonderzoek of van de resultaten van bodemonderzoeken uitgevoerd voor de inwerkingtreding van dit decreet van oordeel is dat er ernstige aanwijzingen zijn dat een grond als bedoeld in artikel 37, § 1 is aangetast door historische bodemverontreiniging die een ernstige bedreiging vormt, maant OVAM binnen zestig dagen na de melding van de overdracht de overdrager aan over te gaan tot een beschrijvend bodemonderzoek. Indien OVAM deze aanmaning niet binnen zestig dagen na de melding heeft gegeven, kan de overdracht plaatsvinden, onverminderd de mogelijkheid om de andere bepalingen van dit decreet later toe te passen.
§ 2.lndien uit het beschrijvend bodemonderzoek of uit het register van de verontreinigde gronden blijkt dat de grond is aangetast door historische verontreiniging die een ernstige bedreiging vormt, kan de overdracht niet plaatsvinden voor de overdrager:
a) een bodemsaneringsproject heeft opgesteld dat ontvankelijk en volledig is;
b) jegens OVAM de verbintenis heeft aangegaan de bodemsaneringswerken uit te voeren; en
c) financiėle zekerheden heeft gesteld overeenkomstig artikel 33.
§ 3.De overdrager is niet verplicht om op de aanmaning tot het uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek in te gaan, indien hij aantoont dat hij conform de bepalingen van artikel 31 niet verplicht is om tot bodemsanering over te gaan. De overdrager deelt per aangetekend schrijven zijn gemotiveerd standpunt hieromtrent, op straffe van verval, binnen dertig dagen na ontvangst van de aanmaning aan OVAM mee. Indien OVAM binnen zestig dagen na ontvangst van het standpunt haar beslissing, dat de overdrager niet aantoont dat hij conform de bepalingen van artikel 31 niet verplicht is om tot bodemsanering over te gaan, aan de overdrager heeft meegedeeld, dan kan de overdracht niet plaatsvinden. Indien de OVAM binnen zestig dagen na ontvangst van het standpunt aan de overdrager:
a) geen beslissing heeft meegedeeld of;
b) de beslissing heeft meegedeeld dat de overdrager aantoont dat hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 31,
dan kan de overdracht plaatsvinden.
§ 4.In de akte houdende overdracht van de gronden vermeldt de instrumenterende ambtenaar of de bepalingen van dit artikel toegepast werden.
Artikel 40.
§ 1.De verplichtingen die de overdrager krachtens de artikelen 37 tot en met 39 moet vervullen om tot de overdracht te kunnen overgaan, kunnen, met toestemming van de overdrager, vervuld worden door de verwerver. De overdrager of verwerver melden aan OVAM dat zij wensen gebruik te maken van deze mogelijkheid. Zij voegen bij deze melding een kopie van de overeenkomst terzake.
§ 1bis.De verplichtingen die de overdrager krachtens de artikelen 37 tot en met 39 moet vervullen om tot de overdracht te kunnen overgaan, kunnen door een andere persoon worden vervuld voor zover die beschikt over een rechtsgeldige titel om de overdracht te doen uitvoeren. Die persoon meldt aan OVAM dat hij gebruik wenst te maken van deze mogelijkheid. Hij voegt bij deze melding een geldig afschrift van deze rechtsgeldige titel.
§ 2.De verwerver van de gronden of OVAM kan de nietigheid van de overdracht die plaatsvond in strijd met de bepalingen van artikel 37, artikel 38, § 1 tot en met § 3 en artikel 39, § 1 tot en met § 3 vorderen.
Afdeling 3. - Onteigening
Artikel 41.
§ 1.De overheid die van plan is over te gaan tot een onteigening ten algemene nutte meldt dit aan OVAM.
§ 2.De in § 1 bedoelde overheid vraagt een bodemattest aan betreffende de gronden die ze wil onteigenen.
Artikel 42.
§ 1.Heeft de onteigening betrekking op gronden waarop een inrichting gevestigd is of was of een activiteit wordt of werd uitgevoerd die opgenomen is op de lijst bedoeld in artikel 3, § 1, dan moet er voor de onteigening een oriėnterend bodemonderzoek plaatsvinden. Het oriėnterend bodemonderzoek wordt op verzoek van de onteigenende overheid door OVAM uitgevoerd.
§ 2.lndien een oriėnterend bodemonderzoek verricht werd binnen een periode van twee jaar voor de onteigening en indien sinds dit onderzoek geen activiteiten hebben plaatsgevonden die tot een bijkomende bodemverontreiniging kunnen leiden, moet geen nieuw onderzoek plaatsvinden.
Artikel 43.
§ 1.Binnen dertig dagen na de melding of na het oriėnterend bodemonderzoek brengt OVAM bij de overheid die tot onteigening over wil gaan, advies uit over de mogelijke ernst van de bodemverontreiniging en over de mogelijke kostprijs van de bodemsanering.
§ 2.Na de onteigening wordt overgegaan tot bodemsanering, naargelang van het geval, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 of artikel 30. De kosten worden verhaald op de aansprakelijke overeenkomstig de artikelen 25 tot 28 of 32.