|
|||||||
|
|
|
|||||
|
|
|||||||
Artikel 44.
De sluiting van een inrichting of de stopzetting van een activiteit opgenomen op de Iijst bedoeld in artikel 3, § 1, geeft aanleiding tot bodemsanering. De bepalingen van de artikelen 37 tot 39 zijn van overeenkomstige toepassing.
De exploitant van een inrichting of een activiteit opgenomen op de Iijst bedoeld in artikel 3, § 1 meldt aan OVAM zijn bedoeling om tot sluiting van de inrichting of stopzetting van de activiteit over te gaan. Hij voegt bij de melding een verslag van het oriënterend bodemonderzoek.
De Vlaamse regering kan nadere regels vastleggen omtrent de modaliteiten van deze melding.
Afdeling 1. - Ambtshalve tussenkomst van OVAM
Artikel 45.
§ 1.Indien de persoon die krachtens dit decreet verplicht is over te gaan tot bodemsanering of tot andere maatregelen niet of in onvoldoende mate optreedt, wordt hij door OVAM aangemaand zijn verplichtingen na te leven binnen een bepaalde termijn. Geeft hij aan de aanmaning geen gevolg, dan kan OVAM ambtshalve in zijn plaats optreden.
§ 2.OVAM kan ambtshalve overgaan tot bodemsanering indien de eigenaar of gebruiker van de gronden waar de verontreiniging tot stand kwam niet gehouden is tot bodemsanering over te gaan krachtens de artikelen 10 of 31.
§ 3.lndien bodemverontreiniging een onmiddellijk gevaar vormt, kan OVAM veiligheidsmaatregelen treffen. Deze bevoegdheid doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van andere overheden om veiligheids-maatregelen te treffen.
§ 4.indien OVAM ambtshalve optreedt, kan ze zich laten bijstaan door andere overheidsinstellingen, ondernemingen of deskundigen.
Artikel 46.
§ 1.Op voorstel van OVAM stelt de Vlaamse regering elk jaar de lijst vast van de bodemsaneringen waarvan de uitvoering ambtshalve door OVAM in de loop van het volgende jaar zal worden begonnen of voortgezet. Ze vermeldt de raming van de kosten die definitief ten laste van het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur kunnen komen.
§ 2.OVAM kan afwijken van de in § 1 bedoelde Iijst bij het nemen van veiligheidsmaatregelen overeenkomstig artikel 45, § 3 en ook indien OVAM ambtshalve moet optreden omdat een exploitant of eigenaar of gebruiker van verontreinigde gronden zijn verplichtingen in het kader van dit decreet niet of niet volledig uitvoert.
§ 3.Indien OVAM ambtshalve optreedt omdat een persoon zijn verplichtingen krachtens dit decreet niet of niet volledig uitvoert, kan OVAM de kosten verhalen op deze persoon of op de persoon die aansprakelijk is overeenkomstig de artikelen 25 tot 28 of 32.
Afdeling 2. - Prefinanciering
Artikel 47.
Jaarlijks kent de Vlaamse Raad lastens het Fonds voor Preventie en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur de nodige middelen toe aan OVAM ten behoeve van het Fonds Ambtshalve Sanering om het ambtshalve optreden van OVAM ter uitvoering van dit decreet te prefinancieren.
Artikel 47bis.
De artikelen 12 tot en met 23, 25 tot en met 29 en 32 tot en met 35 van dit decreet zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijwillige bodemsanering, onverminderd de bevoegdheid van OVAM om op een later tijdstip de andere bepalingen van dit decreet toe te passen. De saneringsplichtige die weliswaar vrijwillig zijn saneringsplicht wenst na te komen, kan dit uitsluitend overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.
Artikel 48.
In verband met de toepassing van de artikelen 25 tot 28, 32 en 34, 37 tot 40 en 46, § 3 van dit decreet, kan de Vlaamse regering alle schikkingen, voorstellen tot concordaat inbegrepen, aannemen, dadingen sluiten, schuldvorderingen en zekerheden overdragen, derden in haar rechten subrogeren, van verhaal afzien en arbitrage-overeenkomsten sluiten.
Artikel 48bis.
De Vlaamse regering bepaalt nadere regelen met betrekking tot het gebruik van uitgegraven bodem teneinde verspreiding van bodemverontreiniging te beheersen.
Artikel 49.
Afstand van eigendomsrecht op gronden ontslaat de eigenaar die afstand doet niet van de verplichtingen tot bodemsanering die voortvloeien uit de toepassing van de hoofdstukken III, IV, V en VI van dit decreet. Deze bepaling is van toepassing op afstanden van eigendomsrecht gedaan vanaf 1 januari 1993.
Artikel 50.
Met een gevangenisstraf van één maand tot vijf jaar en met een geldboete van 100 frank tot 10 miljoen frank of met één van die straffen alleen, wordt gestraft :
1° hij die de verplichting tot het uitvoeren van een oriënterend of beschrijvend bodemonderzoek niet naleeft;
2° hij die de verplichting tot bodemsanering opgelegd door of krachtens dit decreet niet naleeft;
3° hij die de opgelegde gebruiksbeperkingen, voorzorgsmaatregelen en veiligheidsmaatregelen niet naleeft;
4° hij die het bij of krachtens dit decreet geregelde toezicht verhindert;
5° hij die geen gevolg geeft aan de opgelegde dwangmaatregelen.
De bepalingen van hoofdstuk VII en artikel 85 van het Strafwetboek zijn van toepassing voor overtredingen van de bepalingen van dit decreet.
Artikel 51.
De Vlaamse regering brengt jaarlijks bij de Vlaamse Raad omstandig verslag uit over de uitvoering van het bodemsaneringsdecreet.
Artikel 52.
[...]
Artikel 53.
De bepalingen van artikel 37 van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen zijn niet van toepassing op bodem en afvaI op of in de bodem die het voorwerp uitmaken van bodemsanering.