|
|||||||
|
|
|
|||||
|
|
|||||||
Artikel 191
§ 1. Het ontwerp van vergunningenregister moet door elke gemeente opgemaakt worden binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit decreet. Dat ontwerp wordt bezorgd aan de [gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar].
(decreet van XXX 2000, artikel 54)
De Vlaamse regering kan op gemotiveerd verzoek van de gemeente de termijn van een jaar eenmalig verlengen met een jaar.
Het ontwerp van vergunningsregister bevat volgende gegevens, zoveel mogelijk per kadastraal perceel en voor zover beschikbaar:
1° het kadastraal nummer, het huisnummer en de straatnaam;
2° een registernummer van de gebouwen en de constructies die daarop staan en de functie ervan;
3° de bouwvergunningen en verkavelingsvergunningen die verleend werden met toepassing van de bestaande wettelijke voorschriften, de identiteit van de vergunninghouder, en de vermelding of die vergunningen al dan niet geheel of gedeeltelijk vervallen zijn;
4° voor de verkavelingsvergunningen die dateren van vóór 22 december 1970 wordt aangeduid of de verkaveling geheel of gedeeltelijk vervallen is, en indien de verkavelingsvergunning niet vervallen is wordt vermeld op welke rechtsgrond het niet-verval van de vergunning voor de onbebouwde percelen gebaseerd is;
5° de attesten verleend met toepassing van de bestaande wettelijke voorschriften;
6° de vermelding van processen-verbaal die opgemaakt werden met betrekking tot inbreuken op de wetgeving inzake de ruimtelijke ordening en de stedenbouw, van iedere gerechtelijke uitspraak en van de uitvoering van de herstelmaatregelen;
7° de vermelding van elk rechtsmiddel dat aangewend wordt, van iedere schorsing, van de uitspraken en van het gevolg dat daaraan gegeven wordt;
8° het verschuldigd zijn van een planbatenheffing en bewijs van betaling van de planbatenheffing.
De Vlaamse regering kan bepalen dat het ontwerp van vergunningenregister in de mate van het mogelijke ook volgende informatie per kadastraal perceel bevat:
1° het gebruik, als dat afwijkt van de bestemming;
2° de identiteit van de eigenaar of van de titularis van een ander zakelijk recht, als de eigenaar of de titularis van een ander zakelijk recht een overheid of een openbare instelling is.
Iedere gemeente maakt een lijst op van de kadastrale percelen en daaraan gekoppeld het registernummer van de gebouwen en de constructies waarvoor de informatie, vermeld in het tweede en derde lid, niet werd teruggevonden.
Constructies waarvan door enig bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd zijn voor de inwerkingtreding van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en de stedenbouw, krijgen in het ontwerp van vergunningenregister de vermelding dat er een vermoeden bestaat dat de constructie als vergund moet worden beschouwd.
Binnen 180 dagen na ontvangst van het ontwerp van vergunningenregister formuleert de [gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar] een verslag dat opgenomen moet worden in het vergunningenregister. De [gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar] kan foutieve gegevens schrappen uit het vergunningenregister en meldt dit in zijn verslag.
(decreet van XXX 2000, artikel 54)
Het college van burgemeester en schepenen stelt, 75 dagen na ontvangst van het verslag van de [gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar], het vergunningenregister vast en maakt het toegankelijk voor het publiek.
(decreet van XXX 2000, artikel 54)
§ 2. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse regering (ook financiële) ondersteuning verlenen aan de gemeenten voor de opmaak van het eerste vergunningenregister en het eerste plannenregister. De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden en nadere regels hiertoe.
§ 3. De gemeenten kunnen bij de opmaak van het plannenregister en het vergunningenregister begeleiding vragen van de bevoegde diensten van het Vlaamse Gewest.