Woninghuurwet (België)
Waarborg
Art. 10. Indien de huurder, ongeacht de in artikel 1752 van het Burgerlijk Wetboek
bedoelde zekerheid, ter na-ko-ming van zijn verbintenissen een waarborg stelt die bestaat
in een som geld, mag deze een bedrag gelijk aan drie maanden huur niet overtreffen.
Deze waarborg moet bij een financiële instelling op een geïndividualiseerde rekening op
naam van de huurder worden geplaatst; de interest wordt gekapitaliseerd en de verhuurder
verkrijgt een voorrecht op het actief van de rekening voor elke schuldvordering
voortvloeiend uit de gehele of gedeeltelijke niet-nakoming door de huurder van zijn
verplichtingen.
Over de waarborgrekening, zowel wat de hoofdsom als de interesten betreft, mag niet worden
beschikt ten bate van de ene of de andere partij, dan op voorlegging of van een
schriftelijk akkoord, opgemaakt ten vroegste na beëin-diging van de huurovereenkomst, of
van een afschrift van een rechterlijke beslissing. Die beslissing is uitvoerbaar bij
voorraad niettegenstaande verzet of beroep en zonder borgtocht, noch kantonnement.
BRON :
BURGERLIJK WETBOEK
BOEK III. OP WELKE WIJZE EIGENDOM VERKREGEN WORDT
TITEL VIII. HUUR
HOOFDSTUK II. HUUR VAN GOEDEREN
AFDELING II. REGELS BETREFFENDE
DE HUUROVEREENKOMSTEN MET BETREKKING TOT DE HOOFDVERBLIJFPLAATS VAN DE HUURDER IN HET
BIJZONDER
www.2747.com