Woninghuurwet (België)
Overdracht van huur en onderhuur
Art. 4. § 1. De overdracht van de huurovereenkomst is verboden, behoudens schriftelijke
en voorafgaande toestemming van de verhuurder. In dat geval wordt de overdrager ontheven
van elke toekomstige verplichting, behoudens een in de overeenkomst tot overdracht van de
huurovereenkomst opgenomen andersluidend beding.
§ 2. De huurder die een woning in huur genomen heeft die hij tot zijn hoofdverblijfplaats
bestemt, mag het goed niet volledig onderverhuren.
Met de instemming van de verhuurder mag hij een gedeelte van dat goed onderverhuren op
voorwaarde dat het resterende gedeelte tot zijn hoofdverblijfplaats bestemd blijft. Indien
het onderverhuurde goed bestemd wordt als hoofdverblijfplaats van de onderverhuurder,
worden de rechten en verplichtingen van de huurder en van de onderhuurder, wat hun
respectieve verhouding betreft, bepaald door deze afdeling, onder voorbehoud van de
volgende bepalingen van deze paragraaf.
De duur van de onderverhuring mag de resterende looptijd van de hoofdhuurovereenkomst niet
overtreffen.
De huurder moet vooraf de onderhuurder in kennis stellen van diens hoedanigheid en van de
omvang van diens rechten.
Wanneer de verhuurder aan de hoofdhuurovereenkomst een einde maakt, moet de huurder
uiterlijk de vijftiende dag na ontvangst van de opzegging een afschrift daarvan aan de
onderhuurder betekenen en hem ervan in kennis stellen dat de onderverhuring op dezelfde
dag als de hoofd-huurovereenkomst beëindigd wordt.
Wanneer de huurder vervroegd de hoofdhuurover-een-komst beëindigt, moet hij de
onderhuurder een op-zeg-gingstermijn van ten minste drie maanden geven, samen met een
afschrift van de opzegging die hij aan de verhuurder richt, en moet hij de onderhuurder
een vergoeding betalen die gelijk is aan drie maanden huur.
In de gevallen, bedoeld in de twee voorgaande leden, is artikel 11 niet van toepassing.
§ 3. De huurder alleen is ten aanzien van de verhuurder en de onderhuurder of de
overnemer aansprakelijk voor de gevolgen die voortvloeien uit de niet-naleving van de
bepalingen van dit artikel.
BRON :
BURGERLIJK WETBOEK
BOEK III. OP WELKE WIJZE EIGENDOM VERKREGEN WORDT
TITEL VIII. HUUR
HOOFDSTUK II. HUUR VAN GOEDEREN
AFDELING II. REGELS BETREFFENDE
DE HUUROVEREENKOMSTEN MET BETREKKING TOT DE HOOFDVERBLIJFPLAATS VAN DE HUURDER IN HET
BIJZONDER